Opinie: marktwerking vs. regulering in de toetsindustrie

Binnen de toetsindustrie leeft een merkbare twijfel bij ondernemers en opdrachtgevers. Regels toevoegen of weghalen? Regulering wordt namelijk vaak gezien als een belemmering: het zou innovatie afremmen, efficiëntie verminderen en commerciële ruimte beperken. Die zorg is begrijpelijk in een markt die zich snel ontwikkelt en waarin flexibiliteit van groot belang is. 

Tegelijkertijd klinkt opvallend genoeg juist een roep om regulering zodra diezelfde markt onder druk komt te staan. Wanneer malversaties het vertrouwen schaden, of wanneer een nieuwe commerciële werkwijze de bestaande verhoudingen verstoort, blijkt zelfregulering ineens onvoldoende. Wat eerst als beperking werd ervaren, wordt dan alsnog gezien als noodzakelijke bescherming. 

Zoals zo vaak ligt ook hier de waarheid in het midden. Te veel regulering kan ontwikkeling en groei verstikken. Te weinig regulering kan leiden tot kwaliteitsverlies, ongelijkheid en een aantasting van het vertrouwen in examinering en validering als geheel. 

Hieronder schetsen wij de visie vanuit De Examenkamer op dit dilemma en waarom juist in examinering en validering duidelijke regulering geen rem vormen, maar een randvoorwaarde zijn voor een gezond en geloofwaardig stelsel.

Waarom regulering geen beperking is, maar een voorwaarde 

Marktwerking heeft examinering en validering onmiskenbaar in beweging gebracht. Nieuwe aanbieders, digitale toetsvormen en maatwerkcertificaten sluiten steeds beter aan op een veranderende arbeidsmarkt. Die dynamiek is waardevol. Maar zij roept ook een ongemakkelijke vraag op: willen we de kwaliteit en betekenis van examens en valideringstrajecten werkelijk overlaten aan de vrije markt? 

Het korte antwoord is: nee. Niet omdat marktwerking geen waarde heeft, maar omdat examinering meer is dan een product. 

Examinering is geen handelswaar 

Een examen bepaalt toegang tot vervolgonderwijs, beroepen en maatschappelijke kansen. De waarde ervan reikt verder dan de individuele kandidaat of opdrachtgever. Werkgevers, instellingen en de samenleving als geheel vertrouwen erop dat een diploma of certificaat iets zegt over vakbekwaamheid. Dat vertrouwen is fragiel. Zodra twijfel ontstaat over onafhankelijkheid of kwaliteit, verliest het hele stelsel zijn betekenis. 

Juist hier schiet zelfregulering door de markt tekort. 

Wie betaalt, bepaalt? 

In een vrije markt is de prikkel helder: wie betaalt, is klant. In examinering is dat problematisch. Wanneer aanbieders concurreren op snelheid, prijs of slagingspercentage, ontstaat het risico dat normstelling en beoordeling onder druk komen te staan. Niet uit kwade wil, maar door het systeem zelf. 

Daar komt bij dat kandidaten en opdrachtgevers de kwaliteit van examinering vooraf nauwelijks kunnen beoordelen. Validiteit, betrouwbaarheid en onafhankelijkheid laten zich niet eenvoudig vergelijken. Dat maakt de markt kwetsbaar voor schijnkwaliteit en ondermijnt het vertrouwen dat zo essentieel is. 

Groei vraagt om kaders 

In het debat over examinering wordt regulering vaak neergezet als een rem op vernieuwing en als een beperking van commerciële ruimte. Dat beeld doet geen recht aan de praktijk. Juist heldere kaders zorgen ervoor dat innovatie richting krijgt en relevant blijft. Zij markeren niet wat niet mag, maar maken duidelijk waarop ontwikkeling zich wél zou moeten richten: op kwaliteit, zorgvuldigheid en maatschappelijke betekenis. 

Duurzame commerciële kansen ontstaan bovendien niet door maximale flexibiliteit, maar door maximale betrouwbaarheid. Pas wanneer diploma’s en certificaten een blijvend civiel effect hebben, groeit het stelsel als geheel. Dat vertrouwen vormt de basis voor schaal, continuïteit en economische waarde. Juist ook voor ondernemers. 

Initiatieven van individuele aanbieders die primair zijn gericht op het behalen van een concurrentievoordeel kunnen op korte termijn succesvol lijken, maar brengen op de langere termijn risico’s met zich mee. Wanneer zij afbreuk doen aan de kwaliteit of onafhankelijkheid van examinering, raakt dat niet alleen het eigen product, maar het vertrouwen in het gehele stelsel. En zonder vertrouwen verliest elk certificaat zijn waarde.  

Tot slot 

Regulering kan onmiskenbaar beperkend werken wanneer zij doorschiet. Een overmaat aan regels kan innovatie afremmen, ondernemerschap ontmoedigen en de wendbaarheid van een stelsel onder druk zetten. Dat risico verdient serieuze aandacht. Tegelijkertijd is het antwoord daarop niet minder regulering, maar betere regulering: doelgericht, proportioneel en in balans met ruimte voor ontwikkeling. 

Die balans kan echter nooit los worden gezien van de kernvraag: waarvoor bestaat het stelsel? Bij examinering en validering staat die doelstelling vast. Het gaat om het betrouwbaar vaststellen van vakbekwaamheid, het borgen van kwaliteit en het behouden van maatschappelijk vertrouwen. Die doelen dienen te allen tijde te prevaleren boven individuele of collectieve commerciële belangen. 

Tot dusver is De Examenkamer geen enkel examen of certificeringsstelsel tegengekomen waarin commercieel gewin voor exameninstellingen de expliciete doelstelling is. Dat is ook terecht. Commerciële activiteiten kunnen een legitiem onderdeel zijn van de uitvoering, maar mogen nooit leidend zijn bij de inrichting van het stelsel. 

Waar regulering bijdraagt aan het beschermen van de doelstelling, versterkt zij het stelsel. Waar zij die doelstelling uit het oog verliest, verliest zij haar legitimiteit. De uitdaging ligt niet in het kiezen tussen markt of regels, maar in het voortdurend bewaken van het juiste evenwicht. Met het publieke belang als onwrikbaar uitgangspunt. 

 

Ander nieuws

Gepubliceerd op 09 juli 2026

Afkopen van "gezeik"

Gepubliceerd op 02 juli 2026

Besluit van De Examenkamer volgend op het position paper

Gepubliceerd op 28 mei 2026

De verschillen tussen private/branche examinering en onderwijsexaminering

© 2026 Stichting Examenkamer K.v.K. 41159758